Waarom ik van mijn baan houd: een liefdesverklaring
Ik heb allerlei banen gehad in mijn leven: saaie, uitdagende, interessante; banen die me hebben laten groeien en banen die hebben ingeperkt. Maar ik heb nog nooit eerder het predicaat 'houden van' in mijn hoofd gehad bij de gedachte aan een baan. En sinds ik studiekeuzeadviseur ben, is dat dus wel zo. Net als in een andere liefdesrelatie betekent dat niet dat het leven ineens gemakkelijk is. Nee, het voelen van een diepere laag van verbinding met iets (of iemand) in je leven, betekent juist dat het aandacht en onderhoud nodig heeft, dat je hoge eisen aan jezelf stelt en dat je twijfelend wijzer wordt (en soms ook niet). In deze blog wil ik jullie graag meenemen in wat mijn baan zo waardevol maakt en ook in de struggles die dat soms met zich meebrengt.
Het is een mooie tegenbeweging tegen AI, waarin het menselijk contact niet aanwezig is
Aandacht schenken
Eén van de redenen waarom ik van mijn werk houd, is dat ik in de 45 minuten waarin een student in mijn werkkamer zit, mijn volle aandacht aan de ander kan schenken. Dat is een mooie tegenpool van het moderne leven, waarin we als we niet oppassen zo doodgeprikkeld worden dat we geen gedachte meer tot het einde kunnen doordenken. En het is een mooie tegenbeweging tegen AI, waarin het menselijk contact niet aanwezig is. Gezien worden om wie we zijn, zonder te moeten presteren, is onze meest existentiële behoefte, stelt Birgit Jaarsma in Trouw (13 juni 2026). Voor jonge mensen staat deze behoefte constant onder druk: veel jongeren voelen de noodzaak om te presteren om aanvaard te worden, zij het op studie-, werk- of op sociaal vlak. In mijn werk probeer ik een tegenwicht te bieden door naast aandacht te schenken in het moment ook een tegenstem te bieden aan de prestatienorm. Dat laatste is uiteraard lastig, want hoeveel weerstand kun je binnen 45 minuten bieden tegen overtuigingen die dagelijks worden ingeprent. Maar toch – het biedt een tijdvenster om soms een andere impuls te geven, in gesprek te gaan over hoe studie- en loopbaankeuzes gemaakt kunnen worden vanuit verbinding met jezelf.
Onderzoek vanuit oprechte nieuwsgierigheid
Soms vind ik het lastig dat wat er gebeurt of niet gebeurt in feite bij de ander ligt. Ook ik ben een kind van de prestatiemaatschappij en ken momenten waarop ik verlang naar meetbare resultaten. Maar ik merk dat als mijn aandacht bij het resultaat is, hij niet meer op dezelfde manier bij de ander is. Dat is ook het grootste leerproces in mijn werk geweest. Als begeleiders bieden we de structuur en de voorwaarden voor ontwikkeling, het is aan de ander of hij wil en kan bewegen en in welk tempo hij beweegt. Ik ben wel steeds meer gaan benoemen wat ik zie bij de ander. Als ik merk dat iemand niet in beweging komt bijvoorbeeld. Als dat zonder oordeel wordt uitgesproken, levert dat vaak interessante gesprekken op: het met elkaar vanuit oprechte nieuwsgierigheid verkennen waarom iemand niet beweegt, kan de ander laten realiseren dat hij niet toe is aan de keuze waarop hij bij mij is. Zo zijn er studiekiezers die niet toe zijn aan een studiekeuze. Het accepteren van dit gegeven bespaart taaie gesprekken waarin ik mijn best doe, de ander soms ook zijn best doet, maar het hard werken geen resultaten oplevert. Het richten van de aandacht naar wat er op het moment gebeurt, wat iemand denkt en voelt, maakt mijn werk verrassend en interessant. En dat maakt ook het 1000e loopbaangesprek nog boeiend.

Focus op zaaien in plaats van oogsten
Voortbordurend op het voorafgaande denk ik dat (student)begeleiders gebaat zijn bij een mindset die zich meer richt op zaaien dan op oogsten. Als je handelt vanuit je waarden en vanuit verbinding dan heb je iets gezaaid. Of het in vruchtbare bodem valt, heb je niet altijd onder controle. Ook dat is in zekere zin een tegenbeweging tegen de prestatiemaatschappij die erg op oogsten gericht is. Het behoeft dus oefening om de focus op het zaaien te houden. Mirjam van der Vegt, auteur van 'De kracht van rust', stelt voor elke avond op te schrijven wat je hebt gezaaid. Dat brengt je een heleboel: het inzicht dat je veel gedaan hebt op een dag en het besef dat je invloed hebt op de manier waarop je de dingen doet. Het is trouwens niet zo dat ik niet oogst of dat oogsten niet belangrijk is voor mij. Ik ben uiteraard blij met positieve feedback op mijn werk. Maar door me te richten op het zaaien, ben ik meer verbonden met mijn eigen waarden en kan ik de oogst relateren aan deze waarden. Dan zoek je vanuit een eigen kompas afstemming met de buitenwereld.
Zelfzorg
Als je ernaar streeft om je vanuit je hart te verbinden met mensen en met aandacht en nieuwsgierigheid bij de ander te zijn, vraagt dat om goede zelfzorg. Ik vind bijna niets zo vervelend als te merken dat het in het moment zijn bij de ander me niet meer lukt. Dat kan bijvoorbeeld voorkomen in tijden van grote drukte. En dan kun je een soort empathiemoeheid voelen, die voor mij erger voelt dan cognitieve vermoeidheid. Om mijn werk op een betekenisvolle manier te kunnen vormgeven, moet ik goed voor mezelf zorgen. Zonder aandacht voor mezelf, gaat mij vermogen om de ander aandacht te geven verloren. Hoe opladen werkt zal voor iedereen anders zijn. Voor mij zit het hem in extroverte werktaken af te wisselen met introverte en in mijn vrijetijd dingen te doen waar ik vooral bij mezelf ben: lezen, schrijven, kunst maken en door een bos lopen bijvoorbeeld. En daarnaast helpt me dat ik me omgeven voel door mensen die me liefdevol steunen en mij aandacht schenken, thuis en op het werk. En dat er ook in mijn leven mensen zijn die me zien voor wie ik ben, zonder dat ik moet presteren.

Anne Ribbert
Studiekeuzeadviseur


