Rake vragen over lipfillers en seks, een dag bij Creative Business
Mijn eerste dag als docent Creative Business op de Hogeschool van Amsterdam.
Prima, dacht ik. Wat kan me nou gebeuren?
6 januari 2020. Mijn eerste dag als docent marketing bij Creative Business aan de Hogeschool van Amsterdam. Ik stond strak van de spanning.
De sollicitatieprocedure was al een avontuur op zich geweest. Inclusief het geven van een zelfbedachte proefles voor eerstejaars waarin ik een vergelijking maakte tussen de Lion King (kenden ze) en Hamlet (kenden ze niet). Maar ik was er wonderwel doorheen gekomen. En nu was het zover.
Ik mocht die dag meelopen met collega L. Omdat ik halverwege het jaar begon, zat ik meteen midden in de actie: derdejaars concepting moesten hun concepten presenteren. In de kantine en de ruimte ernaast hadden ze hun werk opgehangen, en ze moesten aan iedereen die langskwam; docenten, medestudenten; vertellen wat ze hadden gemaakt en waarom.
Sommigen pakten dat serieus aan. Posters, stickers, banners, QR-codes, laptops die klaarstonden, zelfgemaakte buttons op hun trui. Anderen zaten verveeld aan een tafeltje met hun laptop dicht op TikTok te scrollen. Dat gaf me meteen een inkijkje in de leefwereld van studenten: soms zitten ze er helemaal in, soms helemaal niet. En soms allebei tegelijk.

Collega L. troonde me mee langs allerlei groepjes. En toen stonden we stil bij een groep die echt iets bijzonders had neergezet. Prachtige campagne, zelfgemaakte Visuals, kleuren die eraf spatten, illustraties die adembenemend scherp waren. Ze hadden een soort kaartspel ontwikkeld voor jonge ouders die door de komst van kinderen het contact met elkaar waren kwijtgeraakt.
Ik moest van collega L. in de stoel gaan zitten. Want ik viel precies in de doelgroep: ik had een dochter van nog geen twee.
Prima, dacht ik. Wat kan me nou gebeuren?
De studenten legden uit dat ze kaartjes gingen trekken met vragen. De eerste vragen waren behoorlijk onbeschaamd. "Hoe vaak doen jullie het nog?" Dat soort dingen. Ik wist ze gelukkig redelijk te omzeilen, en collega L. sprong bij toen ze zag dat ik me geen houding wist te geven. "Sla die vragen maar over."
En toen stelde één studente de vraag: "Zien jullie elkaar nog echt?”
Ik zat daar in die stoel. Moe. Gespannen, want nieuwe baan. Slecht geslapen door dat lieve meisje van nog geen twee dat die nacht ook niet had doorgeslapen en om mama bleef roepen.
En de tranen sprongen me in de ogen.
Gelukkig zag collega L. het ook en riep ze dat we vanwege tijdgebrek door moesten naar het andere groepje. Dat van de lipfillers. Die als onderdeel van hun presentatie ook lege spuitjes in hun marktkraampje hadden gelegd.
Maar toen wist ik het zeker. Hier wil ik zijn. Hier wil ik werken. Hier wil ik onderdeel van uitmaken.
Van deze rommelige groep jonge mensen die onbeschaamd genoeg zijn om een 35-jarige vrouw die ze nog nooit hebben gezien te vragen naar haar seksleven. Maar die tegelijkertijd zo fijngevoelig zijn dat ze precies snappen waar het in het leven om draait:
Gezien worden voor wie je bent.

Annet Robben
Docent Ondernemerschap/Marketing en onderzoeksdocent


