Terug naar Onderwijsgevend

10 redenen om hbo-docent te worden

Droom je er altijd al van om nog eens docent te worden? Of denk je juist dat dit niks voor jou is? Lees in beide gevallen vooral verder. Er zijn 10 goede redenen om hbo-docent te worden.

1. Het contact met studenten

De meeste docenten noemen als eerste toch wel het contact met studenten. Hoe leuk is het om je vak over te brengen op jonge mensen en hen te begeleiden in hun ontwikkeling. Vakinhoudelijk én sociaal. Studenten in het hoger beroepsonderwijs zijn over het algemeen heel gemotiveerd; ze hebben bewust voor een bepaalde opleiding gekozen. Je kunt samen de diepte in, zeker in de kleinere projectgroepen – want het hbo-onderwijs is steeds meer ingericht op projectmatig werken.

2. Afwisseling gegarandeerd

Je bent zeker geen 100% lesboer(in). Het hoger beroepsonderwijs staat juist bekend om de dynamiek. Naast lesgeven heb je ruime keuze uit allerlei nevenactiviteiten. Misschien vind je het leuk om stagiairs en afstudeerders te begeleiden, coördinerende taken op je te nemen, lesprogramma’s te ontwikkelen, onderzoek te doen of mee te denken in een Werkveldcommissie. Je zult je hoe dan ook niet snel vervelen.

3. Veel vrijheid en flexibiliteit

De ene dag geef je college of begeleid je een groepje studenten op de hogeschool. Een andere dag ben je thuis lessen aan het voorbereiden of toetsen aan het nakijken. Het hbo biedt je veel ruimte om flexibel te werken. En om je eigen agenda te bepalen; moet je een keer wat eerder naar huis, dan compenseer je dat eenvoudig met een avondje thuiswerken.

4. Aan de slag in een fijne werksfeer

Hogescholen scoren heel goed op werksfeer en collegialiteit. De ene docent werkt in een team van zo’n dertig collega’s, de andere in een kleinere club. In beide situaties spreken de meeste docenten over een hecht team dat elkaar motiveert, scherp houdt én lol maakt met elkaar. Een team van kundige professionals met hart voor hun vak, die samenwerken in het belang van hun studenten.

5. Je hoeft het niet alleen te doen

Koudwatervrees? Vind je het spannend om ineens voor de klas te staan? Elke hogeschool heeft een inwerkprogramma voor nieuwe docenten. Vaak is er daarnaast een buddysysteem, waarin je in de beginperiode begeleid wordt door een meer ervaren docent. Je krijgt ook tijd en geld van de hogeschool om een basiskwalificatie didactische vaardigheden te behalen.

6. Vakantiedagen en meer…

Hogescholen hebben een goede gezamenlijke cao met mooie arbeidsvoorwaarden. ‘Lekker veel vakantie!’ hoor je vaak. Dat klopt. Tegelijk kent het schooljaar een aantal piekperiodes en hard werken hoort erbij. Een 9-tot-5 mentaliteit past niet, maar je bent wél je eigen planner. Zoals een docent het zelf verwoordde: ‘Met goed timemanagement kom je een eind. Daar staat veel nieuwe energie en voldoening tegenover.’

7. Je blijft jezelf ontwikkelen

Je ontwikkelt je niet alleen steeds verder in je vak, doordat je er dagelijks samen met studenten mee bezig bent. Je krijgt ook de kans om zelf opleidingen, interne masterclasses van lectoren of colleges van gastdocenten te volgen. Tel daar alle nevenrollen bij op (zie nummer 2) en het moge duidelijk zijn: je blijft jezelf ontwikkelen.

8. Je netwerk groeit

Je ziet niet alleen je studenten groeien. Ook je netwerk wordt steeds groter. In eerste instantie binnen de hogeschool, waar je naast de samenwerking met je collega’s regelmatig ook over opleidingen en sectoren heen zult samenwerken. Daarnaast zijn er de contacten met andere hogescholen. En last but not least de contacten met een breed praktijkveld. Alleen al omdat jouw studenten daar gaan stagelopen of afstuderen.

9. Veel ruimte voor ondernemerschap

Heb je goede ideeën? Dan biedt het hbo veel ruimte om nieuwe dingen te ondernemen. Er zijn volop mogelijkheden om binnen de hogeschool je eigen hart te volgen en je eigen route te kiezen. Ook kun je een Project Buiten doen. Dit zijn tijdelijke projecten bij de eigen of een andere hogeschool.

10. Je draagt je steentje bij aan de toekomst

Je leidt de professionals van de toekomst op. Binnen het hbo ben je bovendien heel praktijkgericht bezig. Je vertaalt ontwikkelingen die je ‘buiten’ ziet naar het onderwijs, werkt met real life cases. Jouw studenten gaan na een aantal jaar het beroepenveld in en jij hebt ze klaargestoomd om daar een mooie rol te vervullen. Chapeau!