Terug naar blogoverzicht

Zo erg kan het toch niet zijn?

Met ontzetting lees ik de column van Eva-Lisa Janssen van 25 november op Punt. Een publicatie van Avans hogeschool (punt.avans.nl). Daarin geeft ze ijzersterk weer hoe zij als hbo’er gezien wordt door de buitenwereld. Het sarcasme in haar column versterkt het schrijnende beeld dat de buitenwereld heeft van haar en haar collega-studenten. De titel van haar column is: “Bah, een hbo’er”. En dat zegt genoeg.

 

Terwijl ik deze column lees herinner ik me ook een artikel uit de Volkskrant van 11 oktober, getiteld “Hbo-student loopt onverdiend studievertraging op”. De subtitel: Door verzwaring diploma-eisen en slecht onderwijs stijgen de studieschulden van studenten. De kritiek is niet mals. De schrijfster, Katinka Slump, sluit af met de boodschap dat we alleen met goede zelfreflectie in staat zullen zijn om de kwaliteit in het onderwijs te verbeteren en zo de studenten goed onderwijs en onbelemmerde studievoortgang te bieden. Het meest in het oog springend zijn de reacties van lezers op dit online artikel: ‘ De teloorgang van het hbo’, ‘mensen uit de praktijk die geen verstand hebben van didactiek’. Kortom, het niveau van studenten en docenten in het hbo is schrikbarend. Aldus het commentaar.

Dus hierbij wat zelfreflectie

‘Waar ben ik terecht gekomen?’, vraag ik me hardop af. ‘Heb ik me hieraan verbonden? En moet ik me persoonlijk aangesproken voelen?’ Ik ben iemand uit de praktijk en zonder didactische voorkennis begonnen. Nu heb ik wel trainingen gegeven en dus enige ervaring met het opleiden van mensen. Maar voor een groep studenten staan is anders dan ervaren professionals trainen. De vraag is, wie beoordeelt uiteindelijk de kwaliteit van mijn lessen? Als ik de ‘monitoring’ (studenten geven feedback aan de docent) mag geloven, scoor ik goed. Of ik dan kwaliteit bied, of dat mijn lessen vooral leuk zijn en daarom goed beoordeeld worden, dat is nog niet duidelijk. Want hoe meet je uiteindelijk de kwaliteit en toegevoegde waarde van de les?

Daarnaast heeft er ook wel eens een collega of onderwijskundige bij mijn les gezeten. Dat werkt goed, die feedback helpt om beter te worden. Mag wat mij betreft nog meer. Maar feit blijft dat ik het nu moet hebben van mijn natuurlijke stijl van lesgeven en inderdaad maar beperkt didactisch getraind ben. Hoewel ik nog continue leer, durf ik wel te zeggen dat ik een flink eind op de goede weg ben. En ik zie ook dat de hogeschool veel tijd en geld steekt in de bevordering van de kwaliteit van docenten. Zowel inhoudelijk als didactisch. We hebben net een accreditatie doorlopen, en op basis van de uitkomsten daarvan durf ik te zeggen dat het goed zit met de kwaliteit van de opleiding.

Hoe zit het met de studenten?

Is het echt zo droef gesteld met de kwaliteit van de hbo’ers? Ik ervaar wel een grote variëteit in niveau bij studenten. We hebben een aantal talenten, en we hebben een aantal studenten die hard moeten werken om de studie af te kunnen ronden. Een enkeling lukt dat niet binnen de gestelde tijd. Dat zal altijd blijven. Wat me opvalt bij de meeste studenten is hoe druk ze het hebben. Naast de studie moet er ook nog gewerkt worden en is er soms weinig tijd voor opdrachten en tentamens. Bovendien zijn er in het studentenleven nu eenmaal andere prioriteiten dan studeren. In het begin was ik hier verbolgen over, maar nu denk ik: hoe was ik zelf als student? Niet heel anders… Voorbereiden voor een les? Nee, ik bepaalde zelf wel hoe ik leerde, en volgens mij herkennen veel van mijn collega’s dat. Waarom verwachten we dan wel van onze studenten dat ze hebben voorbereid, dat ze tijdens de les actief vragen stellen die verder gaan dan: ‘Meneer, moet je dit kennen voor het tentamen?’.

Het voor de hand liggende antwoord: ‘Omdat wij het beter weten, omdat wij weten wat goed voor ze is!’ En dat is nu precies het verkeerde antwoord. Natuurlijk zijn wij een paar stappen verder in het leven, hebben ervaring, weten waar het bedrijfsleven behoefte aan heeft. Maar het opleggen van ons stramien op een andere generatie, met andere behoeften en andere drijfveren werkt niet.

In het begin was ik hier verbolgen over, maar nu denk ik: hoe was ik zelf als student?

Wat werkt dan wel?

Je verwacht misschien dat ik hier nu een kant en klare oplossing neerleg, waarin voor eens en voor altijd duidelijk wordt hoe het onderwijs eruit moet zien. Maar de waarheid is, dat ik het ook nog niet weet. Ik heb wel een idee welke kant het op zou kunnen. De kern zit denk ik in motivatie van studenten; niet in de minste plaats de rol die docenten spelen bij het aanwakkeren of juist uitblussen van de aanwezige motivatie en nieuwsgierigheid. Als je vraagt waarom studenten een studie doen, zijn er maar weinigen die een gepassioneerd verhaal vertellen over bijvoorbeeld het HRM-vak. Veel verder dan ‘met mensen werken’ komen de meesten niet. Daar zit de kern, want waaróm volgen studenten een opleiding? Het lijkt een verplicht nummer. Omdat het nu eenmaal nodig is om een baan te krijgen.

Ik stelde een keer de vraag: is het tentamen voor jullie een doel of een middel? Iedereen in de klas zag het tentamen als doel. Als dat het antwoord is, zijn we denk ik niet op de goede weg. Want was een tentamen niet een middel om te kijken of een student de stof begrepen heeft en was het doel niet om een startende beroepsbeoefenaar af te leveren?

Dat wil niet zeggen dat studenten niet gemotiveerd zijn. Ik werk nu met een groep studenten die heeft meegedaan aan een prijsvraag. We zijn door naar de finale. Deze studenten werken zeer gemotiveerd aan de finale pitch en de inhoudelijk uitwerking van de opdracht. Ik zie gedrevenheid, verdieping op inhoud en vooral plezier. Kortom, volgens mij is er met de hbo-student niet veel mis. Dit zien we alleen niet altijd terug in ons onderwijs. Maar het kan dus wel, als we maar op de juiste manier uitdagen.

Als we de focus van ons onderwijssysteem kunnen verleggen van tentamen naar toekomst, kunnen we een stap maken in kwaliteit van onderwijs en bevlogenheid van studenten. En hoe dat dan precies moet? Daar ga ik de komende tijd met mijn collega’s en studenten over sparren. Hopelijk zijn columns zoals van Eva-Lisa dan niet meer nodig.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

De auteur

Pieter van Goinga
Werkte jarenlang in het bedrijfsleven. Hij vervulde diverse functies, vaak op HR-gebied, met als rode draad[…]
Bekijk de pagina van Pieter